Toen ik klein was, was mijn slaapkamerdeur naast die van het toilet. Toch, als ik ’s nachts wakker werd omdat ik moest plassen, kon het voelen alsof het een gevaarlijke tocht waas naar de wc; alsof er een monster op de loer kon liggen op de gang.
Als ik, zo snel als ik kon, mijn bed uitschoot naar de wc – en dan weer gauw terugsprong – merkte ik evenwel dat de paniek alleen maar groter werd. Dus ik besloot me niet langer te laten opjagen. Met knikkende knieën gleed ik tussen de lakens vandaan, strekte mijn rug en stapte langzaam en dapper de gang op. De angst was er nog wel, ik voelde hem in mijn borst, maar hij werd niet meer erger. Ik durfde zelfs even de donkere gang in te kijken. Er gebeurde niets. Terug in bed viel ik tevreden weer in slaap.
Tsoknyi Rinpoche, een Tibetaanse meditatieleraar, spreekt van ‘handen schudden met je mooie monsters’ in het boek ‘Waarom we mediteren’ dat hij met Daniel Goleman schreef. Mooie monsters zijn oude angsten en ergernissen die in ons getriggerd kunnen worden (bijvoorbeeld boosheid als we kritiek ontvangen). Monsters, omdat ze ons leven moeilijk maken en omdat we ervoor willen weglopen. Mooi, omdat we ze kunnen transformeren naar iets moois.
Als je ‘handen schudt’ met een monster, betekent dit dat je ernaar kijkt. Je omarmt de emotie, voelt hem zo bewust mogelijk en maakt jezelf daarbij heel ruim. (Je voelt bijvoorbeeld de boosheid in je hoofd en borst en verzet je er niet tegen.) Je observeert de gedachten die erbij horen (bijvoorbeeld oordelen: ‘ze wijzen mij af, ze zijn gemeen!’) maar je gaat er niet in mee. Blijf stil waarnemen.
Als je er vriendelijk naar kijkt en het gewoon laat zijn, verandert er iets (misschien verandert de boosheid eerst in een angstig of verdrietig gevoel in je buik bijvoorbeeld). Blijf er liefdevol bij, blijf het met ruimte omringen, je wordt er vrienden mee. Zo komt er langzaamaan acceptatie en rust. Misschien maakt de emotie tenslotte wel plaats voor een gevoel van liefde of vreugde.
Het ‘monster’ wilde je eigenlijk helpen, het wilde je verdedigen, maar het creëerde juist spanning en onrust. Als je het vriendelijk benadert en begroet, hoef je niet meer te vechten en komt er harmonie.
Uiteindelijk zit het monster dat we ervaren in onszelf, in de vorm van een grillige emotie. De feitelijke omstandigheden zijn slechts een aanleiding, geen oorzaak.
Probeer deze oefening van ‘handen schudden’ misschien eens voorzichtig; je kunt met iets kleins beginnen. Omarm je emotie en kijk er liefdevol naar; maak jezelf heel ruim. Mocht het overweldigend worden, wees dan mild voor jezelf, wil niet te veel tegelijk; zoek desgewenst hulp.
Met wijze aandacht kunnen we langzaamaan onze innerlijke kwelgeesten gaan bevrienden en transformeren. We herontdekken daarmee de innerlijke vrede die onze ware aard is.