Je bekijkt nu Alles wordt een medicijn
  • Bericht auteur:
  • Berichtcategorie:Blog
  • Bericht reacties:0 Reacties
  • Leestijd:4 minuten gelezen

Manjushri, de bodhisattva van de wijsheid, vroeg eens aan Zenzai, een ijverige zenstudent, om hem iets te brengen dat geen medicijn was.
Zenzai kon hem niets dergelijks brengen; alles had een helende kracht.
Daarop vroeg Manjushri hem om iets te brengen dat zeker wél een medicijn was.
Zenzai gaf hem een grasspriet. Manjushri hield die omhoog en sprak: ‘Deze grasspriet kan een mens leven geven of doden.’

– Een zenverhaal

Vorige week rond oud en nieuw waren Stef en ik in zenretraite in Drenthe in de Noorder Poort. Daar kreeg ik de volgende koan om mee te zitten:

‘Medicijn en ziekte genezen elkaar.
De hele aarde is medicijn.
Waar vind je jezelf?’

– Hekiganroku 87

Wat is de ‘ziekte’ waar wij mensen aan lijden? Is het niet onze illusie van een afgescheiden ‘ik’, de beperkte persoon die we denken te zijn? We denken dit lichaam te zijn, zo-en-zo oud, soms moe, soms sterk. We denken dat we zus of zo zijn – mooi en goed, of dom en zwak, of iets ertussen in. We geloven de persoonlijke gedachten die in ons hoofd opkomen – en die ons vaak genoeg teisteren. Zo leven we in een onzekere wereld; soms zijn we oké, maar vaak wel overgeleverd aan allerlei emoties en ideeën. 
Wat is het ‘medicijn’ voor deze ziekte? Wat ons kan genezen is direct inzicht, verkregen door wijze reflectie en meditatie. Hoe meer we innerlijk tot rust komen, hoe meer we gaan zien dat gedachten maar gedachten zijn. Dat we in wezen niet beperkt worden door lichaam en geest. Door aandacht en meditatie vinden we helderheid. 

Ik ontdekte zelf, oefenend met de koan, door de dagen heen dat inderdaad alles medicijn kan zijn. Het is maar hoe je ernaar kijkt. Een bordje eten kan gulzigheid opwekken en afkeer of verlangen, en je zo nog verder van huis brengen. Maar wanneer ik met stille aandacht at, zonder in verlangens of onrust terecht te komen, kon het eten me in het moment brengen en rust geven.
Als je dieper kijkt, kun je ook gaan zien dat je niet dit lichaam bent: het lichaam raakt verzadigd door eten, maar jij als stille getuige verandert in wezen niet.

Met de juiste instelling kan alles inderdaad medicijn zijn, iets dat ons inzicht en rust brengt. 
Maar dan het laatste deel van de koan: waar vind je jezelf? 
Soms ervaren we zoals gezegd vreugde en helderheid, maar soms ook ervaren we verwarring en onrust. Herkenbaar? De mooie en de helse dagen…
Er móet dus iets in ons zijn dat daar nog buiten staat. Iets in ons neemt de verschillende toestanden waar. Waardoor we kunnen zeggen: vandaag ben ik verward, of: vandaag ben ik helder. Wat is dat in ons, dat onze verwarring van onze helderheid kan onderscheiden?
Dit is wat ik de ‘stille getuige’ noem. Oftewel: ons bewustzijn, waarin alles verschijnt – en dat zelf niet aan buien onderhevig is. Want we kunnen waarnemen: goede bui of slechte bui. Maar dat wat de buien observeert, heeft zelf geen bui. Het is alleen maar bewust; het ís alleen maar. 

Door met aandacht te observeren wordt duidelijk dat alles komt en gaat. Dat is ons medicijn; je vindt rust door stil te observeren. Zo ga je ruimte ervaren. Adem rustig in en uit, ga niet op je gedachten in en ervaar de stilte in jezelf. De stilte van zijn.
Gelukkig kun je dit ieder moment weer doen, je hoeft nergens op te wachten. Ook al ben je afgedwaald en lijk je de weg even kwijt te zijn.
Haal rustig adem, wees aandachtig, en alles wordt een medicijn. 

Geef een antwoord